Site pictogram vaarwel.nl

Waardering vruchtgebruik bij erfenis

Hoe waardeer je de waarde van het vruchtgebruik voor de berekening van de erfbelasting?

De Belastingdienst heeft een rekenmethode om de waarde van een vruchtgebruik vast te stellen. Hierbij is het van belang of het vruchtgebruik voor bepaalde tijd is of tot het overlijden van de vruchtgebruiker. Ook is het van belang of één persoon het recht van vruchtgebruik heeft of meerdere personen.

Wat is vruchtgebruik?

Het vruchtgebruik is het recht om goederen te gebruiken die van iemand anders zijn. Als vruchtgebruiker mag je ook de ‘vruchten’ gebruiken, denk bijvoorbeeld aan rente. Een veelvoorkomende situatie is die waarin de langstlevende partner het vruchtgebruik heeft over een woning. De langstlevende mag in de woning blijven wonen, maar wordt hierdoor geen eigenaar van de woning. Die eigendom is bijvoorbeeld naar de kinderen van de overledene gegaan.

Het vruchtgebruik eindigt als de vruchtgebruiker overlijdt, tenzij er in het testament iets anders is bepaald.

De waardering van het vruchtgebruik

Het vruchtgebruik wordt dus opgenomen in een testament. Hierdoor mag je als vruchtgebruiker gebruik maken van de goederen, maar word je geen eigenaar. Je hoeft ook geen erfgenaam te zijn om het vruchtgebruik te krijgen.

Voor de erfbelasting is het van belang dat je het vruchtgebruik gaat waarderen. Want daar betaal je erfbelasting over. De berekening hangt van twee dingen af:

De berekening – de periode

Bij de berekening van de waarde van het vruchtgebruik gaat de Belastingdienst uit van een fictie, een rekenmodel. In de wet is geregeld hoe de fiscale waarde van het vruchtgebruik moet worden berekend (artikel 10 Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956). Bij de berekening moet je uitgaan van een jaarlijks fictief rendement van 6%. Dit is de rekenrente. Deze rekenrente vermenigvuldig je met de factor die bij de leeftijd van de vruchtgebruiker hoort. Hoe hoger de leeftijd, hoe lager de factor. De Belastingdienst gaat ervan uit dat als je ouder bent, je minder lang gebruik kunt maken van het vruchtgebruik. Dit is omdat de levensverwachting dan korter is. De Belastingdienst heeft hier een tabel voor opgesteld.

Als de looptijd van het vruchtgebruik al bekend is, geldt een andere berekening voor de waardering. De Belastingdienst heeft hiervoor een tabel waarin staat hoe de waarde wordt berekend.

De berekening – één of meerdere personen

Het vruchtgebruik kan ook aan meerdere personen zijn toegekend. Het vruchtgebruik kan dan stoppen op het moment dat de eerste vruchtgebruiker overlijdt of op het moment dat de laatste vruchtgebruiker overlijdt. Dat bepaalt de erflater in het testament.

Het betalen van de erfbelasting

De vruchtgebruiker betaalt de erfbelasting over de waarde van het vruchtgebruik. De eigenaar van het goed, de erfgenaam, betaalt over het overige deel de erfbelasting. De eigenaar mag de waarde van het vruchtgebruik dan aftrekken van de erfenis.

In het testament kan hier een uitzondering op zijn gemaakt. Bijvoorbeeld dat de vruchtgebruiker alle erfbelasting voor zijn of haar rekening moet nemen.

Ook hier gelden de vrijstellingen voor de erfbelasting. Je betaalt dus alleen erfbelasting over het gedeelte wat boven de vrijstelling komt.

Mobiele versie afsluiten